Routekaart biedt professionals houvast bij aanpak intieme terreur
Professionals die signalen van intieme terreur of dwingende controle tegenkomen, hebben handvatten nodig voor herkenning, samenwerking en voor het stoppen van geweld. Het Netwerk Toekomstscenario Centraal Gelderland heeft daartoe samen met Movisie en Phrenos een praktische routekaart ontwikkeld. Een handreiking om risico’s eerder te signaleren, slachtoffers beter te beschermen en samen te werken aan duurzame veiligheid.

Dwingende controle en intieme terreur zijn vormen van huiselijk geweld die vaak lang onzichtbaar blijven. Het gaat niet om losse incidenten, maar om een patroon van controle, intimidatie, dreiging en afhankelijkheid. Slachtoffers raken steeds meer beperkt in hun vrijheid, verliezen het vertrouwen in hun eigen waarneming en passen hun gedrag aan om escalatie te voorkomen. Kinderen groeien ondertussen op in een omgeving van voortdurende spanning en onveiligheid. In ernstige gevallen kan deze dynamiek uitmonden in fataal geweld.
Om professionals te ondersteunen hebben het Netwerk Toekomstscenario Centraal Gelderland, Phrenos en Movisie een werkwijze en routekaart ontwikkeld. De centrale boodschap: slachtofferveiligheid staat centraal. Kijk daarbij niet naar incidenten, maar onderzoek of er sprake is van een patroon van macht, angst en controle.
Bekijk de routekaart Samenwerken bij dwingende controle en intieme terreur
Bekijk de infographic met hoofdlijnen van de routekaart
Signalen serieus nemen
Volgens de routekaart begint een effectieve aanpak bij het herkennen van signalen. Professionals worden opgeroepen alert te zijn op controle, manipulatie en angst. Daarbij is het belangrijk om slachtoffers, kinderen en eventuele plegers altijd afzonderlijk te spreken. Gezamenlijke gesprekken kunnen onveilig zijn wanneer er sprake is van intieme terreur. Ook moet vooraf duidelijk worden afgesproken welke informatie met wie wordt gedeeld.
De routekaart noemt verschillende signalen die kunnen wijzen op dwingende controle. Denk aan sociale isolatie, controle van telefoon- en socialmediagebruik, financiële afhankelijkheid, bedreigingen, intimidatie en extreme angst bij het slachtoffer. Ook een dreigende relatiebreuk geldt als belangrijke risicofactor, omdat geweld juist dan kan escaleren.
Veiligheid voorop
Een belangrijk uitgangspunt is dat slachtofferveiligheid altijd vooropstaat. Wanneer een slachtoffer individueel hulp zoekt of een melding wordt gedaan, wordt niet automatisch contact opgenomen met de pleger. Eerst moet worden vastgesteld of dit veilig kan gebeuren. Elke interventie kan immers een nieuwe aanleiding vormen voor escalatie.
Professionals krijgen concrete vragen aangereikt om naar acute onveiligheid te kijken. Bijvoorbeeld: ‘Wat maakt je bang als je nu naar huis gaat?’, ‘Wat is het ergste dat de komende dagen kan gebeuren?’ en: ‘Wat heb je nodig om morgen veilig wakker te worden?’ Op basis van de antwoorden kan er gekeken worden welke bescherming nodig is. Denk bijvoorbeeld aan een noodbed, opvang op een veilige locatie, een tijdelijk huisverbod, een contactverbod of een AWARE-systeem waarmee slachtoffers snel alarm kunnen slaan.
Samenwerken als één team
De routekaart benadrukt dat geen enkele organisatie dit vraagstuk alleen kan aanpakken. Politie, Veilig Thuis, wijkteams, onderwijs, huisartsen, jeugdbescherming en gespecialiseerde hulpverlening moeten samenwerken vanuit één gezamenlijk plan. Daarbij zijn duidelijke afspraken nodig over verantwoordelijkheden, informatie-uitwisseling en regie.
Elke casus krijgt een casusregisseur als vast aanspreekpunt voor slachtoffers en kinderen. Daarnaast bewaakt een procescoördinator de samenwerking tussen alle betrokken organisaties. Ook ervaringsdeskundigen kunnen een belangrijke rol spelen. Hun kennis helpt professionals én helpt mensen die te maken hebben met intieme terreur.
Van veiligheid naar herstel
De aanpak bestaat uit meerdere fasen. Eerst staat het herstellen van directe veiligheid centraal. Daarna volgt onderzoek naar patronen van geweld en de risicofactoren die het geweld veroorzaken of in stand houden, zoals schulden, verslaving, psychische problemen of trauma. Pas wanneer de veiligheid langere tijd stabiel is, komt er ruimte voor herstel van slachtoffers, kinderen en, waar mogelijk, plegers.
De routekaart onderstreept daarbij steeds dezelfde kernboodschap: kijk naar het patroon achter het gedrag, houd oog voor de veiligheid van slachtoffers en kinderen en werk samen vanuit één gedeeld beeld. Alleen door een combinatie van bescherming, begrenzing en passende hulp kan duurzame veiligheid ontstaan.
Deel dit bericht